GEMEENTE NUNSPEET – Bijenhouders van lokale imkerverenigingen in de gemeente Nunspeet maken zich al jarenlang zorgen over het voorbestaan van hun liefhebberij. De landelijke beweging is dat er steeds minder ruimte wordt geboden voor honingbijen in de vrije natuur. Terreinbeheerders als Staatsbosbeheer en Natuurmonumenten zijn meer en meer terughoudend in het geven van toestemming voor het plaatsen van bijenkasten. Maar ook bij landgoederen en gemeenten kloppen bijenhouders steeds vaker tevergeefs aan wanneer ze op zoek zijn naar geschikte locaties voor hun honingbijen.
CDA Lokaal hecht veel waarde aan traditie, ambachten en gebruiken die horen bij het boerenleven. Vroeger was op bijna ieder erf in onze dorpen een bijenkast te vinden. Prachtige diertjes die tijdens de zomermaanden ijverig in de weer zijn om niet alleen nageslacht, maar ook heerlijke honing te produceren. Een traditie die het verdient om behouden te blijven.
‘Om de lokale imkerij in stand te houden zijn meer bijenkasten nodig dan wat nu is toegestaan.’
Raadslid Karel van Bronswijk diende afgelopen donderdag tijdens de raadsvergadering een motie in om de positie van de lokale imkers sterker te maken. Hoewel gemeente Nunspeet niet volledig is meegegaan in de teneur om bijenkasten op de heide te weren, zijn de vergunde aantallen wel flink naar beneden bijgesteld. Waar in het verleden binnen de gemeentegrenzen in goede zomers soms wel meer dan duizend bijenkasten op de heidevelden stonden, zijn dat er nu nog maximaal 225. Dit aantal is gebaseerd op zeer beperkt onderzoek naar de draagkracht van de heidevelden, waarbij de honingbij als concurrent van wilde bijen wordt bestempeld.
De motie van CDA Lokaal om het aantal te plaatsen kasten te verhogen naar 350 werd door alle partijen in de raad gesteund. Van Bronswijk is blij met deze brede steun. Namens CDA Lokaal zal hij zich in blijven zetten om de belangen van lokale imkerverenigingen en bijenhouders te verdedigen.
Foto: eigen foto CDA Lokaal
