Een spreekwoord zegt: ‘Een molenaar wordt nooit rijk, maar kan in twee minuten straatarm worden…’. Nu voel ik me als mio (molenaar in opleiding) de koning te rijk dat ik met zo’n fantastische machine mag werken, toch zit er wel een kern van waarheid in. Een molen is namelijk vrij kwetsbaar; één onoplettend moment, verdwaalde vuurpijl of storm, en de molen is niet meer. Het laatste werd onlangs pijnlijk duidelijk toen in Veldhoven de complete kap van de Zilster molen afwaaide. Een heuse ramp! Gelukkig wordt de molen gerestaureerd, maar hij zal nooit meer de oude worden.
Molenaar zijn is natuurlijk een fantastische hobby, het is niet voor niks dat ik de opleiding tot molenaar volg. Het is alleen wel belangrijk om te realiseren dat molenaar zijn niet alleen draait om draaien, je bent ook verantwoordelijk voor het instant houden van vaak eeuwenoude monumenten. Vandaar dat er veel focus ligt op veiligheid. Ten eerste natuurlijk de veiligheid van de molenaar zelf, daarna veiligheid van de bezoekers (een molen is een fabriek, en geen speeltuin!) en ten laatste de veiligheid van de molen. Dit laatste wil ik wat meer op in gaan.
Zonder wind draait er geen molen, nu zullen veel mensen wellicht denken dat de wind de vriend is van de molenaar. Niets is echter minder waar: De wind is gratis, maar ook heel onbetrouwbaar. Vroeger, toen er nog voor productie gemalen werd, gebeurde het dan ook regelmatig dat er in periodes met weinig wind ’s nachts doorgemalen moest worden. Zonder productie geen loon… De molenaar is dus in een constant gevecht met weer en wind. Vandaar dat een belangrijk onderdeel van de opleiding tot molenaar bestaat uit het begrijpen van het weer. Nu hoef je geen weerprofeet te worden, maar een blik naar de hemel moet een molenaar wel duidelijk maken of het voorlopig nog verantwoord is om te draaien, of dat er moet worden ingegrepen. De welbekende weerapps worden als ondersteuning gebruikt, maar in de praktijk gebeurt het nog best vaak dat er bijvoorbeeld toch onverwachts een bui overtrekt. Altijd blijven opletten dus!
Behalve het voorkomen van problemen tijdens het draaien, door het in de gaten houden van het weer, het eventueel verminderen van de hoeveelheid zeil (zwichten voor de wind) en het bijdraaien van de kap (kruien), is het ook zaak dat een stilstaande molen ook echt stil blijft staan. Hiervoor heeft de molenaar beschikking over een aantal middelen. Het belangrijkste is de vang, dit is de rem van de molen. De vang word geborgd met, in ons geval, het lekenkettinkje. Dit kettinkje zorgt ervoor dat de vang niet zomaar gelicht kan worden door kwajongens (en kwa-volwassenen!). De vang heeft echter één grote zwakte, en dat is dat deze niet werkt wanneer de molen achteruit draait!
Het achteruitdraaien kan gebeuren wanneer de wind van achteren komt, om dit te voorkomen is er de pal. Dit is een balk met een aantal kammen (tanden) welke tussen de kammen van het grote bovenwiel worden geplaatst. Hierdoor is het achteruitdraaien van het bovenwiel, en dus ook van de wieken die er via de as aan vast zitten, geblokkeerd. Mocht de pal of de vang toch falen, dan is er nog de roe-ketting waarmee de wieken zelf vastgezet worden. Als laatste redmiddel zetten we ook altijd een molensteen in het werk zodat de molen in elk geval zwaar werk moet verrichten, en dus niet zo hard zal draaien.
Nu zal er bij u waarschijnlijk de vraag oprijzen wat er bij de molen in Veldhoven dan zo erg misging. Eerst wil ik duidelijk maken dat er over het algemeen weinig misgaat bij molens. Maar ja, er zijn meer dan 1200 molens in Nederland en als er bij ééntje wat misgaat leest een dag later het hele land dit in de krant. Over alle mooie dingen die er bij molens gebeuren, zoals cultuurdagen, boerenmarkten, zangavonden etc., lees je niet zoveel. Waarschijnlijk hadden de molenaars van de Zilster molen gewoon pech en waren ze slachtoffer van een enorme windstoot. Je kunt als molenaar nog zo je best doen, de wind heeft uiteindelijk het laatste woord!
- Foto van de binnenkant kap. Centraal zichtbaar is het grote bovenwiel met de as. De achterkant van de as rust in de gigantische penbalk. Rondom het bovenwiel zitten houten blokken, de vangstukken. Deze worden tijdens het vangen (remmen) strakgetrokken rondom het bovenwiel. Links van het bovenwiel is de pal, deze kan worden gekanteld zodat de kammen (tanden) van de pal tussen de kammen van het bovenwiel komen. Het achteruitdraaien van het bovenwiel wordt dan geblokkeerd.
